Tijdens een borrel vertelde ik dat ik gespecialiseerd ben in inclusief schrijven. Een andere ondernemer fronste haar wenkbrauwen. “Ik ben daar op tegen! Je bedoelt toch dat met die en diens? Daar snap ik echt niks van.” Ik knikte haar vriendelijk toe. Nadenken over de voornaamwoorden die mensen gebruiken is nieuw en voelt in het begin wat vreemd. Ik stond zelf ook te stuntelen toen ik een vriend, die net uit de kast gekomen was als non-binair, aan iemand wilde voorstellen. Maar het goede nieuws is: inclusief schrijven hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. En het hoeft ook niet op te vallen. Je kunt genderneutrale taal vaak gebruiken zonder dat iemand het merkt. Door zinnen in het meervoud te zetten, bijvoorbeeld. In plaats van ‘de medewerker en zijn idee’, zeg je gewoon: ‘de medewerkers en hun ideeën’. Duidelijk, vriendelijk en er is niemand die struikelt over het taalgebruik. Er komt echt geen medewerker boos op je afstormen om te eisen dat je het over hem/zijn hebt. Veranderingen kunnen weerstand oproepen. De NS weet daar alles van. Zij kondigden in 2017 aan dat ze voortaan ‘Beste reizigers’ gingen zeggen in plaats van ‘Dames en heren’. Dat leidde tot felle discussies. Terwijl de meeste mensen het waarschijnlijk niet eens gemerkt hadden als ze het stilletjes hadden ingevoerd. Niet iedereen heeft zin in dit soort discussies. Veel mensen vermijden die juist heel graag. Daarom geef ik ondernemers en organisaties mee: je hoeft geen aandacht op jezelf te vestigen om inclusiever te communiceren. Sterker nog, het werkt vaak beter als je het subtiel doet. Inclusieve taal begint bij bewustwording. En bij keuzes die passen bij jouw publiek en jouw toon. Daar help ik je graag bij. Laat ik het zo samenvatten: “Beste mensen, niet elke stap naar inclusie vraagt om strijd, soms begint het gewoon met net iets langer nadenken over een zin.”
