Stel je voor: er komt een groep vrienden bij je eten. Je maakt een grote pan soep. Lekker, warm, troostrijk. Je denkt: een beetje pinda erin, dat geeft net wat extra bite. Maar dan herinner je je ineens dat een van je vrienden een pinda-allergie heeft. Wat doe je dan? Je gooit de pinda’s er niet gewoon in. Je zegt ook niet: “Oh, ik vis ze er wel uit voor jou.” Nee, je past het recept aan. Je zoekt een alternatief. Zodat iedereen mee kan eten, zonder zorgen. Zo werkt het ook met taal. Voor veel mensen valt het niet op als een tekst inclusief is. En dat is precies de bedoeling. Het leest gewoon prettig. Het stoort niet. Maar voor de mensen die het wél aangaat, maakt het een wereld van verschil. Denk aan een tekst waarin het over dames en heren gaat. Deze ‘soep met pinda’s’ kun je beter niet geven aan een persoon die zich niet als vrouw of man identificeert. Want dan is het net alsof die erbij zit, maar niet echt meetelt. Inclusieve taal betekent: vooraf nadenken over wie er aan tafel zit. Niet pas als de soep al is ingeschonken. Voor veel mensen is dat nog wat onwennig. Ineens blijken er mensen met een pinda-allergie te bestaan. Of met andere behoeften die jij niet kent. Je wilt het goed doen, maar je weet niet altijd hoe. Ik wél. Ik ben tekstverzorger en gespecialiseerd in inclusief taalgebruik. Ik help je graag om jouw teksten zorgvuldig, toegankelijk en uitnodigend te maken. Zodat iedereen zich welkom voelt – ook op papier.

