Onlangs had ik een gesprek met een vriend over noodpakketten. Hij beweerde dat een radio zinloos is, omdat bij een vijandige invasie communicatieapparatuur vaak als eerste wordt gebombardeerd. Hoewel dat scenario zeker mogelijk is, ben ik toch blij dat ik een radio heb die niet alleen op batterijen, maar ook op zonne-energie kan werken. In feite is die radio een van de weinige onderdelen van een noodpakket dat ik al in huis heb. Zo kan ik in geval van nood gerust dagenlang een vuurtje maken in de barbecue om eten op te warmen, maar heb ik nog niet echt nagedacht over wat ik dan precies ga eten. Noodpakketten zijn bedoeld voor allerlei scenario’s, zoals natuurrampen, stroomuitval of andere noodsituaties. In mijn belevenis is de kans daarop toch groter dan een echte oorlog die mijn woonplaats raakt. Hoewel ik me toch een stuk minder zeker voel over de vrede in mijn land, die ik in de eerste vijftig jaar van mijn leven als vanzelfsprekend heb beschouwd. In alle andere gevallen dan een aanval van vijandige troepen kan een radio cruciaal zijn om informatie binnen te krijgen. Vooral omdat de toegang tot internet vrijwel zeker als eerste zal wegvallen. En zelfs áls de grote zenders uit de lucht gaan, vertrouw ik erop dat er ergens mensen opstaan die weten hoe je een noodzender opzet. Creatieve geesten, techneuten, radioamateurs – mensen die niet wachten tot iemand anders het doet, maar gewoon in actie komen. Want als er één ding is dat de mens steeds weer laat zien, dan is het wel onze vindingrijkheid in moeilijke tijden. Dus ja, ik zorg ervoor dat mijn mobiele radio blijft werken. Gewoon omdat ik vertrouwen heb in mensen en me een leven zonder communicatie niet kan voorstellen.

